Étienne Davignon

Belgisch diplomaat, topambtenaar en bestuurder (1932–2026)

Étienne François Jacques graaf Davignon (Boedapest, 4 oktober 1932Elsene, 18 mei 2026) was een Belgische diplomaat, topambtenaar en bestuurder bij diverse grote ondernemingen en instellingen.

Étienne Davignon
Étienne Davignon
Algemene informatie
Geboortenaam Étienne François Jacques Davignon
Adellijke titel burggraaf Davignon, graaf Davignon
Geboortedatum 4 oktober 1932[1]Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats Boedapest[1]Bewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 18 mei 2026[2]Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Elsene[3]Bewerken op Wikidata
Werk
Beroep topfunctionaris, diplomaat,[4] zakenpersoon,[4] auteur, functionaris,[4] politicus[4]Bewerken op Wikidata
Functies European Commissioner for Taxation and Customs Union, Audit and Anti-Fraud, voorzitter, voorzitter, eurocommissaris voor de Interne Markt, European Commissioner for Energy
Studie
School/universiteit Katholieke Universiteit te Leuven, UCLouvain Saint-Louis – Bruxelles
Academische graad doctoraat
Politiek
Politieke partij Les Engagés
Familie
Familie d´Avignon
Partner(s) Antoinette Spaak
Vader Jacques-Henri-Charles-François Davignon
Moeder Jacqueline de Liedekerke de Pailhe
Persoonlijk
Talen Frans
Moedertaal Frans
Diversen
Lid van Royal Swedish Academy of Engineering Sciences, Positive Planet, Friends of Europe, Association pour l'union monétaire de l'Europe, Cercle Royal Gaulois Artistique et Littéraire, European Round Table for Industry - ERT, Bilderbergconferentie
Prijzen en onderscheidingen Grootkruis in de Orde van Isabella de Katholieke (1985), Hans Böckler Preis (2000), Grootkruis in de Orde van Leopold II,[3] Commandeur in de Kroonorde,[3] Grootofficier in het Legioen van Eer,[3] Grootkruis in de Orde van Verdienste van het Groothertogdom Luxemburg,[3][5] Grand Cross of the Order of Merit, Orde van de Republiek, Knight Grand Officer of the Order of St. Gregory the Great,[3] Grootofficier in de Orde van de Eikenkroon,[3] Knight Grand Officer of the Order of the Dannebrog,[3] Minister van Staat (2004),[3] Golden Cross of the Order of Phoenix,[3] Commandeur in de Orde van Sint-Olav,[3] Ridder in de Orde van Sint-Michiel en Sint-George,[3] Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau,[3] Commander First Class of the Order of the Lion of Finland,[3] Grote Zilveren Medaille met Ster voor Diensten voor de Republiek Oostenrijk,[3] Grootkruis met Ster in de orde der Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland,[3] Grootofficier in de Orde van Verdienste van de Republiek Italië[3]
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Levensloop

bewerken

Familie en persoonlijk leven

bewerken

Étienne Davignon werd geboren in een diplomatenfamilie. Zijn vader was diplomaat burggraaf Jacques Davignon (1887-1965), die koning Leopold III in november 1940 begeleidde naar het Adelaarsnest in Berchtesgaden voor zijn onderhoud met Adolf Hitler, en zijn moeder was Jacqueline de Liedekerke (1896-1965), hofdame van koningin Elisabeth. Hij is een kleinzoon van volksvertegenwoordiger, senator en minister Julien Davignon, in 1916 voor bewezen diensten in de adelstand verheven. Via zijn schoonbroer Pol-Gustave Boël is Etienne Davignon verwant met de familie Boël.

Hij huwde in 1959 met Frances de Cumont (1936) en kregen drie kinderen. Later was hij de levenspartner van politica Antoinette Spaak (1928-2020), de eerste vrouwelijke partijvoorzitter in België.[6] Ze ontmoetten elkaar toen hij als kabinetschef voor haar vader, politicus Paul-Henri Spaak, werkte.

Davignon wordt gezien als mentor en raadgever van prins Laurent. Hij was in 2004 getuige bij de geboorte van prins Nicolas en prins Aymeric, de jongste kinderen van de prins,[7] en in 2008 herstructureerde hij de verschillende stichtingen en vennootschappen van prins Laurent. De vastgoedactiviteiten van de prins werden ondergebracht in de stichting GRECT,[8] waarvan Davignon van 2006 tot 2018 bestuurder was.

Davignon overleed op 18 mei 2026 op 93-jarige leeftijd.[9]

Studies

bewerken

Davignon liep school aan het Collège Saint-Benoît in Maredsous. Na zijn universitaire studies aan de Facultés Universitaires Saint-Louis in Brussel en de Université catholique de Louvain in Leuven, waar hij promoveerde, voltooide Davignon zijn opleiding met een baccalaureaat in de thomistische wijsbegeerte en studies economie.

Diplomatieke carrière

bewerken

In 1959 trad de 28-jarige Davignon in zijn vaders voetstappen en werd hij diplomaat. Hij was actief als gezant voor minister van Buitenlandse Zaken Pierre Wigny (PSC) in het toenmalige, pas onafhankelijke Congo aan het begin van de Congocrisis. Volgens auteur en socioloog Ludo De Witte speelde Davignon een grote rol in de omverwerping van de Congolese regering en de moord op Patrice Lumumba in 1961.[10] Ook zou hij mee het bevel hebben gegeven om een rebellenopstand in Stanleystad neer te slaan.[11]

In 2025 wilde het federaal parket hem voor deze feiten vervolgen.[12] Op 17 maart 2026 besliste de Brusselse raadkamer dat Étienne Davignon zich moest verantwoorden voor de correctionele rechtbank. Davignon werd verdacht van medeplichtigheid bij de moord op Patrice Lumumba.[13] Het voornemen tot vervolging werd doorkruist door zijn overlijden op 18 mei 2026.

Na zijn betrokkenheid bij de eerste jaren van de Congocrisis was hij vanaf 1961 ambtenaar op het kabinet van minister van Buitenlandse Zaken Paul-Henri Spaak (BWP), vanaf 1964 als kabinetschef. Wanneer de christendemocraat Pierre Harmel (PSC) de socialist Spaak in 1966 opvolgde, behield Davignon zijn functie als kabinetschef, tot hij in 1969 directeur Politieke Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd, een functie die hij uitoefende tot 1976.

Étienne Davignon in 1976

In 1973 behoorde hij tot de top van de Belgische diplomatie en speelde hij een belangrijke rol in de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Zo was hij van 1974 tot 1977 voorzitter van het uitvoerend comité van het Internationaal Energieagentschap.

Europees commissaris

bewerken

Davignon deed ook ervaring op als vicevoorzitter van de Europese Commissie (1977-1985). Hij was in de commissie-Jenkins (1977-1981) verantwoordelijk voor Interne Markt en Industrie. In 1981 was Davignon kandidaat voor de functie van voorzitter van de Europese Commissie, maar van 1981 tot 1985 was Davignon opnieuw vicevoorzitter in de commissie-Thorn bevoegd voor Industrie, Energie en Wetenschappelijk Onderzoek. In zijn functie als Europees commissaris speelde Davignon een belangrijke rol bij de oprichting van de European Round Table of Industrialists (ERT), een invloedrijke multinationale lobbygroep. Samen met voorzitter en CEO van Volvo Pehr Gyllenhammer selecteerde hij de eerste leden van de ERT vanuit het Berlaymontgebouw in Brussel.[14]

Bedrijfswereld

bewerken

In 1985 werd Davignon lid van de raad van bestuur van de Generale Maatschappij van België. In 1988 deed de Italiaanse zakenman Carlo de Benedetti een bod op alle aandelen van de Generale Maatschappij. Het Belgisch economisch establishment, met Davignon en Maurice Lippens voorop, kwam tegen deze overnamepoging in verzet. Uiteindelijk nam de Franse groep Suez een meerderheidsbelang van 60% in de Generale Maatschappij. In 1998 kwam de holding volledig in handen van Suez. Davignon zelf werd in april 1989 in opvolging van gouverneur René Lamy voorzitter van de holding. In zijn functie als voorzitter had hij een belangrijk aandeel in de herstructureringen die werden doorgevoerd bij onder andere de Waalse staalindustrie en Tractebel. Hij bleef voorzitter van de Generale Maatschappij tot Suez-topman Gérard Mestrallet hem in februari 2001 opvolgde.[15] Davignon werd vervolgens ondervoorzitter van de holding tot deze in 2003 met Tractebel tot Suez-Tractebel fuseerde.[16] Vanuit zijn functie als voorzitter van de Generale Maatschappij was hij vanaf 1989 ook bestuurder van Suez (later GDF Suez). Deze functie oefende hij uit tot 2010.[17] Davignon bleef wel nog actief als adviseur voor GDF Suez (later ENGIE). In november 2022 legde hij zijn mandaat bij Engie neer.[18]

Hij werd in 1989 in navolging van Pierre Pluys voorzitter van de raad van bestuur van scheepvaartgroep Compagnie maritime belge (CMB),[19] waarvan hij reeds in 1985 bestuurder werd. In april 1998 volgde Philippe Saverys hem op,[20] maar in maart 2002 werd Davignon na diens overlijden andermaal voorzitter. In september 2014 volgde Marc Saverys hem op. Davignon werd vervolgens vicevoorzitter van de groep,[21] een mandaat dat hij eind 2021 bekleedde.

Na het faillissement van luchtvaartmaatschappij Sabena in 2001 creëerde Davignon samen met Maurice Lippens een nieuwe Belgische luchtvaartmaatschappij, Brussels Airlines. Hij werd voorzitter van SN Air Holding, het moederbedrijf van Brussels Airlines. In april 2020 zette Davignon een stap opzij als voorzitter van SN Air Holding. Hij werd opgevolgd door Jan Smets.[22] In juli 2020 beëindigde ook zijn bestuursmandaat bij de luchtvaartmaatschappij.[23]

In mei 2004 volgde hij Luc Geuten op als voorzitter van de raad van bestuur van schuimrubberproducent Recticel. Davignon was reeds onafhankelijk bestuurder van het Wetterse bedrijf sinds 1992 en vicevoorzitter sinds 2001. In mei 2015 volgde Johnny Thijs hem als voorzitter van Recticel op.[24]

Davignon was van 1989 tot 2004 bestuurder en vicevoorzitter van de bank Fortis. Hij was tevens voorzitter van de International Advisory Council van Fortis. Hij was eind 2008 kandidaat om Maurice Lippens op te volgen als voorzitter van de Fortis Holding.[25] Aandeelhouders stemden hem op 2 december 2008 echter weg, waardoor Davignon geen voorzitter werd.[26]

Davignon was verder:

Davignon bekleedde vanaf begin jaren 1990 ook een aantal bestuursmandaten in het buitenland. Zo was hij vicevoorzitter van de Franse dienstverlener Accor en de Luxemburgse staalconcern Arbed en bestuurder van het Amerikaanse biofarmaceutisch bedrijf Gilead Sciences (1990-2015),[32] het Amerikaanse consultancybureau Kissinger Associates, de Britse computerproducent ICL,[33] de Duitse chemieconcern BASF, het Franse aluminiumbedrijf Pechiney, de Italiaanse autofabrikant FIAT en mijnbouwbedrijven Anglo American en Minorco (1990-1999).[34]

Overige activiteiten

bewerken

Davignon was voor het eerst aanwezig op de Bilderbergconferentie in 1974. Zijn mentor, Paul-Henri Spaak, was een van de medeoprichters van deze internationale politieke en economische bijeenkomsten. In 1999 werd hij voorzitter van de Bilderbergconferentie in opvolging van de Britse politicus en diplomaat Peter Carrington.[35] In 2012 gaf hij het voorzitterschap door aan AXA-bestuursvoorzitter Henri de Castries.[36]

In maart 1998 werd Davignon voorzitter van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel, dat in 2002 tot het kunstencentrum BOZAR werd omgevormd. In 2021 werd hij als voorzitter opgevolgd door Isabelle Mazzara.[37]

Tot 2011 was hij voorzitter van Le Circuit de Spa-Francorchamps, waarna Melchior Wathelet hem opvolgde. In 2012 was hij korte tijd interim-voorzitter tot de benoeming van François Cornelis. Hij was ook voorzitter van Spa Grand-Prix, het comité dat de coördinatie verzorgt tussen de intercommunale ISF en het circuit en de Grote Prijs Formule 1 organiseert. In januari 2018 volgde Melchior Wathelet hem op.[38][39]

Davignon was ook aandeelhouder en bestuurder van voetbalclub RSC Anderlecht. In februari 2021 kreeg de club een boete omdat Davignon in het Astridpark een inbreuk op de mondmaskerplicht maakte door een pijp te roken op de tribune tijdens de coronapandemie. Bovendien was dit een schending van het rookverbod dat in het stadion geldt.[40][41]

Davignon was ook:

In juni 2019 bracht Davignon bij uitgeverij Lannoo zijn memoires Mijn drie levens uit.[48][49]

Onderscheidingen

bewerken

In 2000 ontving Davignon de Hans-Böckler-Preis van de Hans-Böckler-Stiftung.[50]

Op 26 januari 2004 werd hij benoemd tot minister van Staat.

Davignon behoorde tot een sinds 1919 burggrafelijke familie. In 2018 verkreeg hij de titel graaf, overdraagbaar op al zijn nakomelingen.[51]

Hij was lid van de volgende ridderorden:

Publicatie

bewerken
Zie de categorie Etienne Davignon van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.