Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: síť
  • sit
  • Afkomstig van het Oudnoorse voornaamwoord sitt
Naar frequentie 414

sit, o (3e persoon, onzijdige vorm van het Deense bezittelijke voornaamwoord sin)

  1. zijn
    «Søndag aften udråbte Tyrkiets premierminister Recep Tayyip Erdogan sit eget partiet AKP som vinder af landets lokalvalg.»
    Op zondagavond riep de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan zijn eigen partij AKP uit als de winnaar van de lokale verkiezingen in het land.
vervoeging van
ĕsse

sĭt

  1. actief conjunctief praesens, derde persoon enkelvoud van ĕsse
  • sit

sit

  1. tegenwoordige tijd van sitja

sit

  1. gebiedende wijs van sitja

sit

  1. tegenwoordige tijd van sitje

sit

  1. gebiedende wijs van sitje

sit

  1. tegenwoordige tijd van sitta

sit

  1. tegenwoordige tijd van sitte

sit

  1. verouderde spelling of vorm van sitt tot 2012
(verouderd) gebiedende wijs van sitta en sitte