pr
- pr
- [1] (initiaalwoord) public relations
- [2] (initiaalwoord) postrekening
- [3] (initiaalwoord) partnerruil
- [4] (initiaalwoord) persoonlijk record
| [1], [2], [3] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | pr | |
| verkleinwoord |
- bevordering van het wederzijds begrip tussen een organisatie en haar publiek
- (financieel) (historisch) geeft aan dat de daaropvolgende reeks cijfers een betaalrekening bij het postbedrijf aanduiden
- (seksualiteit) (in contactadvertenties) ontmoeting waarbij de man uit het ene paar seks heeft met de vrouw uit het andere en andersom
- Het woord pr staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "pr" herkend door:
| 83 % | van de Nederlanders; |
| 76 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be