Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Ko, KO

(heteroniem)

  • ko
[A] enkelvoud meervoud
naamwoord ko ko's
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

[A]hetkoo

  1. (spel) repeterende stelling bij het go-spel
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord ko ko's
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

[B]dekom

  1. (sport) (boksen) uitschakeling van de tegenstander met een slag waardoor die het bewustzijn verliest
stellend
onverbogen ko
verbogen -
  1. (sport) (boksen) door een rake slag van de tegenstander buiten bewustzijn geraakt en daardoor uitgeschakeld
[C] enkelvoud meervoud
naamwoord ko ko's
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

[C]dekov

  1. (regering) (Nederland) decoratie die in naam van de vorst door de nationale overheid wordt uitgereikt
[D] enkelvoud meervoud
naamwoord ko -
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

[D]hetkoo

  1. (onderwijs) (België) onderricht aan kinderen jonger dan 6 jaar
[e] enkelvoud meervoud
naamwoord ko -
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

[E]hetkoo

  1. (onderwijs) (België) onderricht in muziek, theater of beeldende kunst
ko
koe
  • ko
  • Afkomstig van het Oudnoordse zelfstandige naamwoord kýr (datief en accusatief van )
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   ko     koen     køer     køerne  
genitief   kos     koens     køers     køernes  

ko, g

  1. (veeteelt) koe, (een vrouwelijke huisdier, Bos taurus op Wikispecies, dat een kalf heeft gehad)
  2. (dierkunde) volwassen vrouwelijk dier van andere grote diersorten
  3. (scheldwoord) onhandige, grote of domme persoon, waarbij meestal op een vrouw gedoeld wordt
  • [1]: Der er ingen ko på isen!
(figuurlijk) Geen gevaar!
  • [1]: hellig ko
heilige koe (na de Hindoe religie:
(figuurlijk) iets dat niet kan worden aangeraakt of bekritiseerd)
enkelvoud meervoud
naamwoord ko kij
verkleinwoord koke
  • ko
  • Afgeleid van het Proto-West-Germaanse *kū, via het Oudfriese

ko

  1. (evenhoevigen) koe, rund
  2. (veeteelt) koe; een vrouwelijk rund