base
- [A] ba·se (+ aanvoegende wijs)
- [B] base
[A] de base v
- (scheikunde) stof die een of meer hydroxylgroepen bevat en in een waterige oplossing OH-ionen afsplitst: arrheniusbase [4]
- (scheikunde) ion of molecuul dat de neiging heeft een proton op te nemen: brønstedbase
- (scheikunde) ion of molecuul dat een elektronenpaar kan doneren aan een ander molecuul: lewisbase
- (wiskunde) grondtal
1. stof die een of meer hydroxylgroepen bevat en in een waterige oplossing OH-ionen afsplitst
- Het woord base staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "base" herkend door:
| 86 % | van de Nederlanders; |
| 87 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ "base" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- via Middelengels base en Oudfrans base van Latijn basis
- [6] (verkorting) van freebase
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| base | bases |
base
- basis, fundament, grondslag
- hoofdbestanddeel, voornaamste bestanddeel
- (wiskunde) grondtal
- (scheikunde) base
- (sport) honk zn
- base, gezuiverde vorm van een drug, meestal cocaïne, geschikt om bij verhitting te inhaleren
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to base |
| he/she/it | bases |
| verleden tijd | based |
| voltooid deelwoord |
based |
| onvoltooid deelwoord |
basing |
| gebiedende wijs | base |
- Leenwoord uit het Oudfrans