anima
- ani·ma
de anima v
- levenskracht opgevat als spiritueel, bovennatuurlijk verschijnsel
- (psychologie) (Jung
) in de jungiaanse psychologie de vrouwelijke zijde van de mannelijke psyche
- Ik ben er namelijk niet zeker van dat het prominente motief van de vrouw louter verbonden is met de archetypische hunkering naar de ideale levenspartner, naar de anima. [3]
- [1] ziel
- [2] vrouwelijke vorm van animus
- [2] archetype
- Het woord anima staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "anima" herkend door:
| 56 % | van de Nederlanders; |
| 71 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ anima op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Hamelink, J.A.D. Folklore Imaginaire de Flandre. (1994) Querido, Amsterdam; p. 252; geciteerd in:De Coux, A."De ornamentenversierde cither heraangeraakt". De metapoëzie van Jacques Hamelink. (2012) proefschrift Vrije Universiteit Brussel; p. 426; geraadpleegd 2019-05-04
- ↑ Molin, R.Terzijde van de vulkaan. (2012) Aspekt, Soesterberg; ISBN 9789461531421; p. 74; geraadpleegd 2019-05-04
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be