• al·ge·bra
enkelvoud meervoud
naamwoord algebra -
verkleinwoord

dealgebrav/m

  1. (wiskunde) deel van de wiskunde dat zich bezighoudt met de betrekkingen van door letters en tekens aangeduide grootheden
    • Er zijn veel mensen die algebra niet snappen. 
     Davis hielp mij met mijn huiswerk voor algebra en daarna speelde ik nog een paar uur Battlefront.[4]
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[5]

algebra

  1. (wiskunde) algebra
  • al·ge·bra
  • Afkomstig van het Arabische woord al-jebr.
  • al·ge·bra
  • Afkomstig van het Arabische woord al-jebr.

algebra m

  1. (wiskunde) algebra
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   algebra     algebraen     algebraer     algebraene  
genitief                




algebra v

  1. (wiskunde) algebra