Wed. P. Smits en Zoon

De firma Wed. P. Smits en Zoon (eerder A.W. de Visser & Comp.) was een chemisch bedrijf dat beenderenproducten leverde dat van 1827 tot 1965 in de Utrechtse wijk Lauwerecht was gevestigd. Het was gelegen aan de Vecht, aan de Hogelanden ter hoogte van de huidige Troelstralaan. De volksnaam luidde De Benenkluif.

Geschiedenis[1][2]

bewerken

Het bedrijf werd opgericht door Arnoldus Willem de Visser (1792-1837). Na diens dood ging het bedrijf over in de handen van de gebroeders W. W. en P. Smits, in 1842 werd P. Smits de enige firmant. Toen hij in 1853 stierf, liet hij de fabriek na aan zijn weduwe, Charlotte Frederike Theodora Jung. In 1857 ging deze een vennootschap aan met haar zoon Gerit Willem Smits en de toenmalige firmanaam, Wed. P. Smits en Zoon, bleef de onderneming sindsdien dragen. In 1874 kwam het tot een scheiding tussen moeder en zoon Smits en werd Friedrich Louis Eugen Müller de nieuwe vennoot van Gerit Willem Smits. De producten van de Wed. Smits omvatte beenzwart en beendermeel verwerkt tot phospho-guano en superfosfaat. In 1881 ging de weduwe van Gerit Willem Smits, Maria Müller, een vennootschap aan met Carl Johan Heinrich Müller onder de oude naam Wed. P. Smits en Zoon. Vervolgens kwam de directie bij de familie Müller, in de persoon van Frederik Ernst Müller. in de eerste helft 20e eeuw kwam de directie bij de twee broers drs. C. B. J. Müller en ir. F. E. Müller die beiden na het overlijden van hun vader C F K Müller vanaf 1935 de directie vormden. In 1928 telde de onderneming circa 200 werklieden, 7/8 van de productie was bestemd voor de export. De grondstof, beenderen, kwam voor een belangrijk deel uit het buitenland.

Het bedrijf van Smits verwerkte grote hoeveelheden beenderen, aanvankelijk tot beenzwart, dat in suikerraffinaderijen gebruikt werd. Later werd ook beendermeel vervaardigd, dat als meststof dienstdeed. Daarna ging men ook zwavelzuur, salpeterzuur, zoutzuur en soda produceren. In 1877 ging het failliet en werd het overgenomen. Aan onder meer de sodaproductie kwam toen een einde. Ammoniak, dat een bijproduct was van de beenzwartfabricage, werd met zwavelzuur gevormd tot zwavelzure ammoniak, een kunstmeststof. Omstreeks 1880 werd hiervan jaarlijks 50-300 ton geproduceerd. Later in de 19e eeuw werd beenderlijm een belangrijk product. De beenderen werden per spoor en per vrachtwagen aangevoerd. Rond 1910 telde de onderneming circa honderd werklieden.

Het bedrijf stonk hartverscheurend, en ook de vliegen en maden, alsmede de ratten, vormden voor de vele omwonenden een ware plaag. De bergen met botten dansten op de beweging van de vele ratten, zo meldden ooggetuigen.[3][4]

Onder directeur Müller kwam in 1960 een verkoop van het bedrijfscomplex aan het gemeentebestuur van Utrecht tot stand en daarmee het besluit om het bedrijf te verhuizen. Nieuwe locatie: de Zeiving in Vuren. Na verhuizing in 1965 kreeg het bedrijf de naam Smits Vuren BV (in de volksmond: "De Kluif") met nog altijd als hoofdproducten gelatine, collageen en calciumfosfaat. Het bleef wel stinken. Na overname door Sonac is het nog steeds in Vuren gevestigde bedrijf onderdeel van een grote groep bedrijven die uiteenlopende producten maken van slachtafval van varkens.