Moreno Argentin, de winnaar van 1990 en 1991, verscheen als favoriet aan de start. Het was zijn ploeggenoot Giorgio Furlan die verrassend met de zege aan de haal ging. Argentin was in de koude, natte Ardennen niet in beste doen en hij had een plan. “Zelf had ik geen goede benen. Het was ook te koud. Furlan heb ik weggestuurd. Ja, dit was een tactische triomf”, verklaarde Argentin die als negende finishte.[1]
Op zeven kilometer voor het einde ontstond een kopgroep van vijf renners: de Italiaanse ploegmaats Furlan en Davide Cassani, de Belg Luc Roosen, de Noor Atle Kvålsvoll en de Fransman Gérard Rué. De Nederlanders Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse bleven in het wiel van Argentin en misten zo de slag.[2] Furlan kwam als eerste over de eindstreep met 9 seconden voorsprong op de nummer twee Rué. Cassani completeerde met de derde plaats het succes voor zijn ploeg. Luc Roosen was met de zevende plek de beste Belgische renner. Hij finishte vlak voor Rooks die achtste werd. Theunisse viel als elfde net buiten de top tien.