Keizerrijk Servië

historisch land

Het keizerrijk Servië (Servisch: Српско Царство, Srpsko Carstvo) was een middeleeuws keizerrijk in de Balkan dat bestond van 1346 tot 1371. Het rijk besloeg naast Servië gebieden in het huidige Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Noord-Macedonië, Albanië, Griekenland en Bulgarije. Het rijk vormde enige tijd de regionale macht tot de Ottomaanse veroveringen.

Српско Царство
Srpsko Carstvo
 Koninkrijk Servië (1217-1345)
 Byzantijnse Rijk
1346  1371 Moravisch Servië 
Zeta (land) 
Despotaat Kosovo 
Banaat Bosnië 
Heerlijkheid Prilep 
Despotaat van Velbazhd 
Kaart
1352
1352
Algemene gegevens
Hoofdstad Skopje
Talen Servisch
Religie(s) Oosters-orthodox, (Servisch patriarchaat
Munteenheid Servische perper
Regering
Dynastie Nemanjić
Staatshoofd Tsaar

Geschiedenis

bewerken

Het middeleeuwse Servië bereikte zijn hoogtepunt in het midden van de veertiende eeuw onder koning Stefan Dušan die zichzelf in 1345 in de stad Serres uitriep tot tsaar (keizer). Hij werd op 16 april 1346 gekroond in Skopje als Tsaar van de Serviërs en Grieken.

De tsaar opende nieuwe handelsroutes en versterkte de economie van het land. Het rijk floreerde en het land was een van de meest geëvolueerde landen uit die tijd. Enkele van de grootste kunstwerken uit de Servische cultuur stammen uit deze tijd.

De tsaar verdubbelde de omvang van zijn vroegere koninkrijk en veroverde gebieden in het zuiden, zuidoosten en oosten ten koste van het Byzantijnse Rijk. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Stefan Uroš V die de bijnaam Zwakke kreeg. De bijnaam kan ook betrekking hebben op de staat van het keizerrijk dat langzaam in een feodale anarchie belandde. Er was ook een nieuwe dreiging. Het Byzantijnse Rijk was gevallen en in de plaats kwam het Ottomaanse Rijk dat zich van Klein-Azië naar Europa uitbreidde.

Uroš was incompetent en kon het grote keizerrijk niet aan. Hij kon de buitenlandse aanvallen niet afweren en kreeg ook tegenstand in eigen land waar de adel niet altijd zijn gezag erkende.

Na de in 1371 van de Ottomanen verloren slag bij Maritsa viel het keizerrijk Servië uiteen in het despotaat Kosovo onder leiding van Vuk Branković, Moravisch Servië onder Lazar Hrebeljanović, het vorstendom Zeta onder Đurađ I, het banaat Bosnië onder Tvrtko I van Bosnië, de heerlijkheid Prilep onder Marko Mrnjavčević en het despotaat van Velbazhd onder de broers Johannes en Constantijn Dragaš.