Dan Issel

Amerikaans basketballer

Dan Issel (Batavia, 25 oktober 1948) is een Amerikaans voormalig basketballer en basketbalcoach. Hij kreeg de bijnaam "The Horse".[1]

Dan Issel
Dan Issel
Persoonlijke informatie
Volledige naam Daniel Paul Issel
Bijnaam The Horse
Nationaliteit Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Geboortedatum 25 oktober 1948
Geboorteplaats Batavia, Verenigde Staten
Positie Center / Power forward
Collegeteams
1967-1970 Kentucky Wildcats
NBA Draft
Gedraft in 1970
Draftronde 8
Draftpick 122
Gedraft door Detroit Pistons
Clubs
Seizoen
1970-1975
1975
1975-1985
Club
Vlag van Verenigde Staten Kentucky Colonels
Vlag van Verenigde Staten Baltimore Claws
Vlag van Verenigde Staten Denver Nuggets
Getrainde clubs
1992-1994
1999-2001
Vlag van Verenigde Staten Denver Nuggets
Vlag van Verenigde Staten Denver Nuggets
Portaal  Portaalicoon   Basketbal

Carrière

bewerken

Kentucky Colonels

bewerken

Issel speelde collegebasketbal voor de Kentucky Wildcats en nam in 1970 deel aan de NBA-draft waarin hij als 122e werd gekozen door de Detroit Pistons. Issel nam ook deel aan de draft van de ABA waarin hij als zesde werd uitgepikt door de Kentucky Colonels.[2] Issel ging daarop spelen voor de Kentucky Colonels. In Kentucky speelde hij onder Adolph Rupp. In zijn rookie-seizoen was Issel goed voor gemiddeldes van 29,9 punten en 13,2 rebounds per wedstrijd. Hij werd dan ook geselecteerd voor het ABA All-Star Game en gekozen voor het All-ABA Second team. De titel van rookie van het seizoen deelde Issel met Charlie Scott van de Virginia Squires.[3] In de eerste ronde van de playoffs verloor Issel met de Kentucky Colonels van de Utah Stars. Het daaropvolgende seizoen verhoogde Issel zijn gemiddelde nog naar 30,6 punten per wedstrijd. Naast een nieuwe selectie voor het ABA All-Star Game werd Issel ook verkozen in het All-ABA first team. In 1974/75 behaalde hij met de Colonels het ABA-kampioenschap met spelers als Artis Gilmore en Louie Dampier. In de finale waren de Kentucky Colonels met 4-1 te sterk voor de Indiana Pacers mete onder andere George McGinnis en Roger Brown die bezig was aan zijn laatste seizoen. In zijn vijf seizoenen in Kentucky werd Issel telkens geselecteerd voor het All-Star game.

Denver Nuggets

bewerken

In de zomer van 1975 werd Issel tegen Dan Owens en een som geld geruild naar het net opgerichte Baltimore Claws.[4] De Baltimore Claws werden als gevolg van financiële problemen echter uit de ABA uitgesloten[5] waardoor Issel naar de Denver Nuggets trok.[6] Met de Nuggets kon Issel zich kwalificeren voor de ABA-finale, waarin er met 4-2 werd verloren van de New York Nets.[7] Issel werd voor de 6e keer op rij geselecteerd voor het ABA All-Star Game. Na de fusie van de ABA en de NBA in juni 1976 bleef Issel trouw aan de Denver Nuggets en in 1977 werd Issel voor het eerst geselecteerd voor het NBA All-Star Game. Issel speelde in totaal 10 seizoenen voor de Denver Nuggets. Meermaals konden ze zich plaatsen voor de NBA Playoffs. Tijdens het seizoen 1984/85, het laatste seizoen als speler van Issel, konden de Nuggets zich plaaten voor de finale van de Western Conference, maar in deze finale waren de Los Angeles Lakers met 4-1 te sterk voor de Nuggets. In zijn laatste actief seizoen ontving Issel de J. Walter Kennedy Citizenship Award.

Zijn sportieve erfenis

bewerken

In 1997, 30 jaar na de oprichting van de ABA, werd Issel opgenomen in het ABA All-Time Team.[8] Issel sloot zijn periode in de ABA af als tweede op de schutterlijst aller tijden, achter Louie Dampier. Hij is ook recordhouden van het meeste aantal punten in één seizoen (met 2.538 punten tijdens het seizoen 1971/72.[9]

In 1985, bij zijn pensioen als speler, stond hij vijfde in de All-time scoring ranglijst van de ABA/NBA enkel Kareem Abdul-Jabbar, Wilt Chamberlain, Julius Erving en Moses Malone deden beter. Hij miste in zijn 15-jarige carrière maar 24 wedstrijden.[10] In april 1985 werd zijn rugnummer 44 bij de Nuggets uit roulatie gehaald.[11]

Issel werd opgenomen in de Basketball Hall of Fame in 1993.[12] In de loop van de jaren werd hij opgenomen in meerdere Hall of Fames: Basketball museum of Illinois Hall of Fame (1973)[13], Colorado Sports Hall of Fame (1987)[1], University of Kentucky Athletics Hall of Fame (2005)[14], College Basketball Hall of Fame (2006), Batavia High School Hall of Honor (2015) en Kentucky Sports Hall of Fame (2018).

Coach en voorzitter van de Denver Nuggets

bewerken

In 1992 werd Issel aangesteld als coach van de Denver Nuggets. Na enkele moeilijke jaren voor Denver kon Issel in 1994 de Nuggets toch terug naar de playoffs loodsen. In de eerste ronde speelden de Nuggets tegen de Seattle SuperSonics. Ondanks een 2-0 achterstand wonnen de Nuggets alsnog na 5 wedstrijden de eerste ronde. Het was meteen de eerste keer in de geschiedenis van de NBA dat het 8e geplaatste team in de eerste ronde het eerste reekshoofd kon uitschakelen.[15] Na 34 wedstrijden in het seizoen 94/95 nam Issel ontslag als trainer van de Denver Nuggets.[16]

In 1998 keerde Issel terug bij de Denver Nuggets, dit keer als voorzitter en algemeen manager. In december 1999 werd hij opnieuw coach. Het was een minder succesvolle passage bij de Nuggets, onder andere ook door enkele mislukte overnamepogingen van de club en de onzekere situatie hieromtrent.[17] In december 2001 kwam Issel onder vuur te liggen nadat videobeelden waren opgedoken van rascistisch taalgebruik ten overstaan van een Mexicaanse fan. Na de dreiging van een boycot van de Spaanssprekende gemeenschap schorste het management Issel voor 4 wedstrijden. Issel bood ook publiekelijk zijn verontschuldigingen aan. Desondanks bood Issel op 26 december 2011 zijn ontslag aan als coach en voorzitter van de Denver Nuggets.[18][19]

Erelijst

bewerken

Statistieken

bewerken

Regulier seizoen

bewerken
Seizoen Team WG WS MPW 2P% 3P% FW% RPW APW SPW BPW PPW
1970/71 Kentucky Colonels 8339,448,50,080,713,22,029,9
1971/72 8343,048,627,378,511,22,330,6
1972/73 8442,051,320,076,411,02,627,3
1973/74 8340,348,017,678,710,21,70,80,425,5
1974/75 8334,547,10,073,88,62,30,90,617,7
1975/76 Denver Nuggets 8434,051,125,081,611,02,41,20,723,0
1976/77 7931,751,579,78,82,21,20,422,3
1977/78 8234,851,278,210,13,71,20,521,3
1978/79 8133,951,775,49,13,10,80,617,0
1979/80 8235,850,533,377,58,82,41,10,723,8
1980/81 8033,050,316,775,98,52,01,00,721,9
1981/82 818130,552,766,783,47,52,20,80,722,9
1982/83 808030,451,021,183,57,52,81,00,521,6
1983/84 766627,349,321,185,06,82,30,80,619,8
1984/85 77921,945,914,380,64,31,80,80,412,8
Totaal 1.21823634,349,920,479,39,12,41,00,522,6
All Star 7124,751,273,16,92,30,10,114,7

Play-offs

bewerken
Seizoen Team WG WS MPW 2P% 3P% FW% RPW APW SPW BPW PPW
1970/71 Kentucky Colonels 1935,350,587,811,61,528,1
1971/72 644,841,20,076,09,00,822,0
1972/73 1943,449,716,779,511,81,527,4
1973/74 838,944,484,810,91,80,50,818,5
1974/75 1538,546,781,17,91,91,10,820,3
1975/76 Denver Nuggets 1336,248,90,078,612,02,51,00,620,5
1976/77 637,051,075,69,72,80,80,722,0
1977/78 1335,448,686,210,34,10,50,220,2
1978/79 336,353,380,69,33,30,00,024,3
1981/82 334,353,3100,07,01,71,00,325,3
1982/83 828,450,70,086,27,33,11,10,620,4
1983/84 530,651,050,082,18,01,61,21,227,4
1984/85 15421,745,9100,081,33,61,80,80,312,4
Totaal 133435,548,725,082,29,42,10,80,622,1