Dutch

edit

Etymology

edit

From gevaar +‎ -lijk.

Pronunciation

edit
  • IPA(key): /ɣəˈvaːr.lək/
  • Audio:(file)
  • Rhymes: -aːrlək

Adjective

edit

gevaarlijk (comparative gevaarlijker, superlative gevaarlijkst)

  1. dangerous
    Antonym: ongevaarlijk

Declension

edit
Declension of gevaarlijk
uninflected gevaarlijk
inflected gevaarlijke
comparative gevaarlijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial gevaarlijk gevaarlijker het gevaarlijkst
het gevaarlijkste
indefinite m./f. sing. gevaarlijke gevaarlijkere gevaarlijkste
n. sing. gevaarlijk gevaarlijker gevaarlijkste
plural gevaarlijke gevaarlijkere gevaarlijkste
definite gevaarlijke gevaarlijkere gevaarlijkste
partitive gevaarlijks gevaarlijkers

Derived terms

edit

Descendants

edit

Sranan Tongo

edit

Pronunciation

edit
  • IPA(key): /xəfaːɾlek/, /ɣəfaːɾlek/, [xəfa̠ːɾlɪ̞k], [xəfɑ̟ːɾle̝k]

Adjective

edit

gevaarlijk

  1. alternative form of kfâlek