Douanerechten

Uit Wikikids
(Doorverwezen vanaf Importheffing)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een douanekantoor op de grens tussen Venezuela en Colombia.

Douanerechten zijn heffingen op goederen die het land inkomen of uitgaan. Wanneer de heffingen over inkomende goederen geheven worden, worden zij invoerrechten of importheffingen genoemd. Wanneer de heffingen over uitvoerende goederen geheven worden, spreek men van uitvoerrechten of exportheffingen. Landen bepalen zelf de hoogte van die douanerechten. Ook kan een land andere douanerechten hebben voor het ene land dan voor het andere land.

De invoerrechten zijn vorm van protectionisme. Door middel van invoerrechten wil men de binnenlandse markt beschermen tegen buitenlandse bedrijven. Uitvoerrechten worden gegeven zodat bepaalde goederen het land niet of nauwelijks verlaten. Dat kan bijvoorbeeld zijn omdat er anders een tekort aan die goederen is. Voorstanders van vrijhandel verzetten zich tegen douanerechten.

Import en export

Importheffingen (invoerrechten)

Import betekent dat je een goed uit het buitenland naar je eigen land haalt. Bijvoorbeeld: je woont in Nederland of België en koopt kleding uit China. Dan importeer je kleding uit China. Een consument doet dat in een kleine hoeveelheid. Vaak zijn dat maar een paar broeken en shirts. Bedrijven kopen grote hoeveelheden om dat door te verkopen aan consumenten. Daarvoor is een bepaalde reden: sommige goederen zijn veel goedkoper om in het buitenland te maken. In die landen liggen de lonen namelijk lager. Ook is er vaak minder strenge arbeiderswetgeving.

Voor binnenlandse bedrijven is die situatie nadelig. Vroeger werd veel kleding in Twente gemaakt. Doordat importeren van kleding goedkoper werd, verdwenen veel van die bedrijven. Zij konden niet concurreren met de goedkope kleding van buitenlandse bedrijven. Dat kan werkloosheid veroorzaken. Landen kunnen in zo'n geval beslissen om importheffingen te heffen over zo'n goed. Die importheffingen maken die producten duurder. Daardoor moet de koper meer betalen. Het idee erachter is dat het verschil tussen buitenlandse en binnenlandse producten kleiner wordt. Binnenlandse bedrijven kunnen nu wel met die buitenlandse bedrijven concurreren. Een koper zal daardoor sneller een binnenlands product kopen.

Deze heffingen kunnen ook strategisch ingezet worden. Voor bepaalde goederen kan het namelijk niet slim zijn om van het buitenland (volledig) afhankelijk te worden. Hierbij moet je denken aan energie, medicijnen, voedsel, elektronica, etc.

Exportheffingen (uitvoerrechten)

Export betekent dat je een goed uit het binnenland naar een ander land verplaatst. Bijvoorbeeld: je woont in Nederland of België en verkoopt kleding aan iemand uit China. Dan exporteer je kleding naar China. Bij een consument zal dat hooguit om een paar kledingstukken gaan. Bedrijven kunnen in grote hoeveelheden spullen exporteren naar andere landen. In het buitenland kan vraag zijn naar bepaalde producten. Zo wordt westerse merkkleding in het buitenland als luxe producten gezien. Ook kunnen consumenten soms niet de producten in hun eigen land vertrouwen. In de jaren 2010 was er in China veel vraag naar Europese babymelk. Veel Chinese ouders vertrouwden namelijk geen Chinese babymelk, omdat er kinderen ziek van geworden waren. Later bleek dat de Chinese babymelk besmet was.

In Nederland en België leidde dat tot lege schappen in supermarkten. Voor Belgische en Nederlandse ouders is dat zeer vervelend. Een land kan in zo'n geval beslissen om exportheffingen te heffen over babymelk. Op die manier wordt het voor Chinese ouders minder aantrekkelijk om Europese babymelk te kopen. Uiteindelijk wordt er dan minder uitgevoerd en blijft er meer over Europese ouders.

Deze heffingen worden dus ingezet om de binnenlandse beschikbaarheid van een product te beschermen. Ook dat gebeurt vaak met belangrijke goederen en vooral tijdens een crisis. Toch komen exportheffingen vrij weinig voor in vergelijking met importheffingen.

Inning

Douanerechten worden afgedragen aan de douane. De douane controleert altijd aan de buitengrenzen. Plaatsen waar de douanekantoren heeft is in havens, bij grensposten en op vliegvelden. Ook op internationale treinstations zijn er vaak kantoren. Bij de douane moet men aangifte doen van de goederen die men wil invoeren. Daarvoor zijn speciale regels. De douane bepaalt vervolgens of men invoerrechten moet betalen.

Vroeger kon die aangifte enkel fysiek bij een kantoor. Vandaag de dag kun je die ook online aangifte doen. Dat kan zelfs voor je aankomst.

Als je aangifte doet, betekent het niet dat je meteen invoerrechten moet betalen. Stel je gaat op vakantie naar Turkije en neemt tas mee als souvenir. Dan hoef je geen invoerrechten over die tas te betalen als de tas onder een bepaald bedrag was. Voor sommige producten (zoals tabak) gelden aparte regels.

In de Europese Unie

Tussen de landen van de Europese Unie bestaan geen douanerechten. De Europese Unie wordt namelijk als één markt gezien. Als je dus iets koopt in Polen en meeneemt naar Nederland of België, hoef je geen heffingen te betalen. Dat wordt vrij verkeer van goederen genoemd. Deze regels gelden ook voor enkele landen buiten de Europese Unie zoals Noorwegen, Zwitserland en IJsland. Toch kunnen er in bepaalde gevallen voor die landen wel douanerechten geheven worden.

Alle EU-lidstaten heffen ook dezelfde tarieven. Een Amerikaans product krijgt dus dezelfde heffingen in Spanje als in Duitsland. Er zijn wel grote verschillen per product, het land van oorsprong en de hoeveelheid.

Toeristen die souvenirs onder een bepaald bedrag meenemen vaak geen invoerrechten te betalen. Dat wordt een vrijstelling genoemd. Vrijstellingen bestaan in de volgende gevallen:

  • Monsters met een verwaarloosbare hoeveelheid: bijvoorbeeld één fles shampoo.
  • Prijzen en eretekens, zoals medailles van Olympische sporters.
  • Persoonlijke spullen tijdens een verhuizing, zoals meubels.
  • Geërfde goederen.
  • Brandstof in vliegtuigen.
  • Goederen voor rampenbestrijding, zoals voedsel, dekens, tenten, etc.
  • Persfoto's.
  • Diplomatieke goederen, zoals een cadeau van een staatshoofd aan een land.

Ook gelden afwijkende regels voor muziekinstrumenten van bands en zangers en kunstobjecten voor tentoonstellingen. Als deze slechts een periode in de EU blijven, hebben zij vaak een vrijstelling.

Discussie

In de economie bestaat er discussie over importrechten. Sommige economen zijn voorstander van invoerrechten. Andere economen vinden juist dat invoerrechten schadelijk zijn. Onderstaande kopjes laten de argumenten van de voor- en tegenstanders zien.

Voorstanders

De Amerikaanse president Donald Trump behoort tot de voorstanders van invoerrechten.

Voorstanders van invoerrechten zijn voornamelijk vakbonden en werknemers uit sectoren met veel concurrentie uit het buitenland. Ook veel lokale producten en werkgevers zijn voorstander van invoerrechten. Voorstanders zijn zowel aan de linkerkant als rechterkant van het politieke spectrum te vinden. Aan de linkerkant zijn veel socialisten en sommige sociaaldemocraten voorstander van invoerrechten (in bepaalde gevallen). Voorbeelden zijn Bernie Sanders en Raoul Hedebouw. Zij willen met invoerrechten vooral werkgelegenheid en arbeidersrechten beschermen. Aan de rechterkant zijn er ook voorstanders van invoerrechten. Veel rechts-populistische partijen zijn voorstander van invoerrechten (in sommige gevallen). Een voorbeeld daarvan is de Amerikaanse president Donald Trump. Hij wil op die manier meer onafhankelijkheid en de binnenlandse productie beschermen.

Argumenten voor invoerrechten zijn:

  • Bescherming van de binnenlandse productie: invoerrechten zorgen voor minder concurrentie. Zij weren namelijk goedkope buitenlandse producten. Binnenlandse bedrijven kunnen daardoor beter concurreren. Daardoor kunnen deze bedrijven winst maken en blijven bestaan. Het land wordt daardoor niet afhankelijk van productie uit het buitenland.
  • Bescherming van de werkgelegenheid: invoerrechten beschermen ook de werkgelegenheid in het land. Doordat bedrijven minder concurrentie uit het buitenland hebben, kopen consumenten binnenlandse producten. Werknemers bij die bedrijven blijven hun baan behouden. Een terugdringing van buitenlandse producten kan zelfs tot meer banen leiden. Vooral fabrieksarbeiders profiteren hiervan. Zonder invoerrechten verdwijnen hun banen vaak naar het buitenland.
  • Meer overheidsinkomsten: de invoerrechten zijn ook inkomsten van de overheid. Daarmee kunnen weer zaken als onderwijs en gezondheidszorg betaald worden. Het geld kan men ook gebruiken voor het aflossen van de staatsschuld of juist om de belastingen te verlagen.
  • Bescherming van jonge of vitale industrieën: sommige industrieën zijn belangrijker dan andere industrieën. Invoerrechten kunnen die belangrijke industrieën (zoals medicijnen, energie of levensmiddelen) beschermen. Daardoor blijft de productie in eigen land en verdwijnt die niet naar het buitenland. In sommige gevallen worden ook jonge industrieën in een land op die manier beschermt. Bijvoorbeeld: als een land een auto-industrie net aan het opbouwen is, kan die niet concurreren met auto's uit het buitenland. Auto's ontwikkelen kost namelijk veel geld. Zonder invoerrechten is de kans groter dat die jonge autobedrijven failliet gaan.

Tegenstanders

Econoom Milton Friedman is juist een van de grote tegenstanders van invoerrechten.

Tegenstanders van invoerrechten zijn voornamelijk multinationals, grote bedrijven en werknemers die werken in sectoren gericht op export. Ook veel consumentenorganisaties zijn tegen invoerrechten, omdat die rechten consumenten treffen. Van oudsher zijn liberale partijen groot tegenstander van invoerrechten. Zij zijn namelijk voorstander van vrijhandel. Toch zijn veel van die partijen geen voorstander van pure vrijhandel. Zij vinden dat invoerrechten in sommige gevallen alsnog nodig zijn. Enkele tegenstanders van invoerrechten zijn Adam Smith, Milton Friedman, Friedrich von Hayek. Ook veel liberale en christendemocratische politici zijn tegenstander van invoerrechten, zoals Guy Verhofstadt, Mark Rutte en Ursula von der Leyen (weliswaar onder voorwaarden).

Argumenten tegen invoerrechten zijn:

  • Hogere prijzen voor consumenten: invoerrechten leiden tot hogere prijzen op producten. Er vind minder concurrentie plaats, waardoor de prijs omhoog gaat. Binnenlandse producten zijn vaak duurder dan buitenlandse producten. Consumenten hebben door de invoerrechten minder keuze en moeten meer betalen. Hun koopkracht gaat dus achteruit.
  • Minder innovatie: door de afgenomen concurrentie worden bedrijven minder uitgedaagd om te innoveren. Oftewel, zij spenderen minder in de verbetering van hun producten. Dat kan na een tijdje leiden tot een lagere kwaliteit. Ook kan de technologische ontwikkeling geremd worden.
  • Minder export: andere landen kunnen als "wraak" ook invoerrechten invoeren. Dat leidt tot minder export. Dat is slecht nieuws voor sectoren die juist afhankelijk zijn voor export. In het ergste geval kan dat zelfs leiden tot minder werkgelegenheid.
  • Meer ongelijkheid: door invoerrechten worden voornamelijk goedkopere producten uit het buitenland duurder. Lagere inkomens worden daardoor voornamelijk getroffen. Zij kunnen vaak alleen die producten betalen. Hogere inkomens hebben daar minder last van. Invoerrechten kunnen dus de economische ongelijkheid vergroten.
  • Minder internationale handel: door invoerrechten neemt internationale handel af. Ook kunnen landen handelsoorlogen met elkaar voeren. Tijdens een handelsoorlog voeren landen steeds meer en meer invoerrechten tegen elkaar in. Dat kan leiden tot minder economische groei en meer onzekerheid.
Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Douanerechten&oldid=1014053"