• wa·ge
vervoeging van
wagen

wage

  1. aanvoegende wijs van wagen
enkelvoud meervoud
wage wages

wage

  1. onovergankelijk aan de gang zijn, voortduren
  2. overgankelijk, (militair) voeren (van een oorlog, strijd e.d.)
    «They waged war against their neighbors.»
    Zij voerden oorlog tegen hun buren.



  • IPA: /waːɣɐ/ (Etsbergs)

wage m

  1. wagen, kar
  2. auto
  3. wagon