spon
- spon
- zn via Middelnederlands spont en Middelnederduits spunt van Italiaans spunto, in de betekenis van ‘tap’ aangetroffen vanaf 1477 [1] [2]
- ww spin ww met klinkerwisseling /ɪ/ in /ɔ/
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spon | sponnen |
| verkleinwoord | sponnetje | sponnetjes |
- stop in de vorm van een schijf met de vorm van een afgeplatte kegel, waarmee het ronde vulgat in een vat kan worden afgesloten
- tap (7)
- Het woord spon staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "spon" herkend door:
| 71 % | van de Nederlanders; |
| 60 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ "spon" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be