split
- split
het split o
- plaats waar iets gespleten is, plek waar iets in delen gescheiden raakt
- (kleding) insnijding die een afhangend deel van een kledingstuk in twee panden of slippen verdeelt
- materiaal dat door splijting in kleine stukjes verdeeld is
- steenslag zoals dat voor verharding van wegen wordt gebruikt
- 1.1 Groene jurk met een split die het linkerbeen laat zien.
- 2.1 Een handvol split.
[B] de split m
- houding waarbij je je benen helemaal uit elkaar naar opzij spreidt
- (drinken) klein flesje sodawater
- geen meervoud (drinken) koolzuurhoudend water gemengd met whisky of andere sterke drank
- 1. Een meisje in een split.
- Het woord split staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "split" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[7] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ split op website: Etymologiebank.nl
- ↑ split op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "split" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ split op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be