schone
- scho·ne
- schoon met de uitgang -e
schone
- verbogen vorm van de stellende trap van schoon
- ▸ Het was haar niet genoeg geweest om zich tussen de schone schijn van het leven van de Schlosses te bewegen, nee, ze had nog dichterbij willen komen, bij de littekens en de puistjes en de hete rode massa van hun hart.[1]
- ▸ Hoezo? Is er iets mee?' Ze liet haar duim over de hals glijden, een schone veeg door het stof.[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schone | schonen |
| verkleinwoord | schonetje | schonetjes |
- Het woord schone staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "schone" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[2] |
- 1 2 Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be