Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Ros
  • ros
[A] stellendvergrotendovertreffend
onverbogen rosrosserrost
verbogen rosserossereroste
partitief rosrossers-

[A] ros

  1. roodachtig
    • Er is een rosse kleur in gebruikt. 
  2. voorzien van rode lichten, met name in de hoerenbuurt
    • De rosse buurt van Amsterdam is wereldberoemd. 
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord ros rossen
verkleinwoord rosje rosjes

[C]derosm

  1. (informeel) slaag, pak slaag
vervoeging van
rossen

[C] ros

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rossen
    • Ik ros. 
  2. gebiedende wijs van rossen
    • Ros! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rossen
    • Ros je? 
94 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]