(kleding) een statig, lichaamsbedekkend kledingstuk dat voornamelijk gedragen wordt bij plechtige gelegenheden
Koningin Beatrix droeg op Prinsjesdag een robe van een zware matelassé brokaat met ingeweven motieven in de kleuren bruin, beige, brique en bordeaux.[2]
leenwoord van een Westgermaans woord *rauba "buit" (cognaat met Nederlandsroof), waaruit ook de betekenis "geroofde kledij" voortkwam; de betekenis van "(oorlogs)buit" kwam nog tot in de 16de eeuw voor in het Frans [1]