• over·win·nen

overwínnen

  1. overgankelijk een tegenstander of zwakte onder de knie krijgen
  2. iets proberen te beheersen
     Maar om het toneelstuk te overwinnen moesten we ons aan de tekst overleveren.[1]
  3. iets de baas worden
    • Hij overwon zijn angst voor het water en nam zwemles. 
     Dankzij hun voorbeeld neemt Gulliver naar zijn eigen samenleving de waarschuwing mee terug om niet te streven naar onsterfelijkheid, de doodsangst te overwinnen en de dood te aanvaarden.[2]
     Daarvoor moeten ze dan wel hun onberedeneerde technofobie overwinnen en zich verdiepen in het technische ontstaan en de ontwikkelingsgang van de apparaten zelf.[2]

óverwinnen

  1. overgankelijk (verouderd) gewin overhouden, sparen
    • Dog het is waar, dat wanneer een behoeftige Vreemdeling, in dit Land eenigen tyd gewoond, en eenigen rykdom overgewonnen hebbende, zig laat Naturaliseren, hy daardoor alsdan in staat raakt, om dat gewonnen geld met voordeel te besteeden in 't koopen van land, ...[3] 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. Johan Harstad
    “Max, Mischa & het Tet-offensief” (2017), Podium (uitgeverij), ISBN 9789057598500
  2. 1 2
    Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  3. 1753 September blz 214 Nederlandsch gedenkboek of Europische mercurius
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be