heat
- heat
- Het woord heat staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "heat" herkend door:
| 57 % | van de Nederlanders; |
| 46 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ "heat" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ heat op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
heat
- hitte
- «This heat is stiffling.»
- Deze hitte is verstikkend/om van te stikken.
- «This heat is stiffling.»
- (thermodynamica) warmte
- «Add the flour, stirring constantly, and cook on medium-low heat for 1 minute as the mixture forms a paste.»
- Voeg onder voortdurend roeren de bloem toe en kook het bij middellage warmte gedurende 1 minuut tot het mengsel crèmeachtig wordt.
- «Add the flour, stirring constantly, and cook on medium-low heat for 1 minute as the mixture forms a paste.»
- (sport) voorwedstrijd
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to heat |
| he/she/it | heats |
| verleden tijd | heated |
| voltooid deelwoord |
heated |
| onvoltooid deelwoord |
heating |
| gebiedende wijs | heat |
heat
- onovergankelijk warm worden
- onovergankelijk opgewonden raken
- overgankelijk opwarmen [2], verhitten, verwarmen
- overgankelijk kwaad maken, tot woede drijven