cut
| Naar frequentie | 563 |
|---|
cut
- snee, snede
- selectie (van genodigden, in een solicitieprocedure, wedstrijd, e.d.)
- (handel) aandeel, deel van de winst
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to cut |
| he/she/it | cuts |
| verleden tijd | cut |
| voltooid deelwoord |
cut |
| onvoltooid deelwoord |
cutting |
| gebiedende wijs | cut |
cut
- overgankelijk snijden
- «Cut the meatballs in half and set aside.»
- Snijd de gehaktballen in het midden door en leg ze opzij.
- «Cut the meatballs in half and set aside.»
- overgankelijk opensnijden
- overgankelijk knippen
- overgankelijk afknippen
- overgankelijk verlagen
- overgankelijk verwijderen
- overgankelijk castreren (m.n. van mannelijke dieren)
- overgankelijk verminderen, verlagen (van salarissen, e.d.)
- overgankelijk stoppen, ophouden
- overgankelijk (filmkunst) (fotografie) (muziek) editeren, bewerken (door bepaalde scenes, fragmenten te verwijderen, weg te snijden)
- overgankelijk (spreektaal) verdunnen (van drank, drugs)
- overgankelijk onovergankelijk (kaartspel) (een pak speelkaarten) in tweeën delen
- overgankelijk (figuurlijk) overslaan (van afspraken, lessen, e.d.)
- overgankelijk(figuurlijk) ~ the queue: in de rij voordringen
- overgankelijk(figuurlijk) (iemand) uit zijn of haar sociale leven verwijderen, negeren
- onovergankelijk (spreektaal) vertrekken, ervandoor gaan
- onovergankelijk abrupte beweging, (film)overgang maken