chips
- [A] Geluid: chips (hulp, bestand)
- IPA: / tʃɪps / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /tʃɪps/
- (Vlaanderen, Brabant): /ʃɪps/
- (Limburg): /ʃɪps/
- IPA: / tʃɪps / (1 lettergreep)
- [B] Geluid: chips (hulp, bestand)
- IPA: / ʃɪps / (1 lettergreep)
- (Noord-Nederland): /ʃɪps/
- (Vlaanderen, Brabant): /ʃɪps/
- (Limburg): /ʃips/
- IPA: / ʃɪps / (1 lettergreep)
- chips
[B] de chips mv
- alleen meervoud (voeding) dunne aardappelschijfjes, gebakken in vet of olie gebruikt als snack
- Dan komen er chips of pinda's in een bakje, en aanvankelijk zijn de jongens heel blij, maar dan kan het ook gebeuren dat er een paar minuten later ruzie is, zo vertelt de dominee. [2]
- ▸ Kennedy Meadows was een gehucht van niet meer dan tien huizen met een centrale winkel waar je bijna alles kon kopen. Ik kocht twee zakken chips, een sixpack bier en een bear canister die verplicht was in het gebied waar ik de komende vier weken doorheen zou lopen.[3]
- 1. Een bakje chips (meer vernederlandste uitspraak).
[B] chips
- (jongerentaal) (krachtterm) uitroep van ergernis of frustratie
- Chips! Ik heb een onvoldoende!
- Het woord chips staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "chips" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "chips" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Tubantia 08-11-07 Basisscholen Westerhaar vieren Dankdag
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be