• bo·leet
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘buiszwam’ voor het eerst aangetroffen in 1901 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord boleet boleten
verkleinwoord boleetje boleetjes

deboleetm

  1. (steeltjeszwammen) benaming voor paddenstoelen uit het geslacht Boletus op Wikispecies vlezige buiszwammen met een korte dikke steel
67 %van de Nederlanders;
60 %van de Vlamingen.[3]