Parkeerbelasting
Parkeerbelasting is in Nederland een gemeentelijke belasting (van een gemeente of van een samenwerkingsverband van een aantal gemeenten) die wordt geheven op het parkeren van een voertuig op een van de door de gemeenten aangewezen plaatsen. Iedere gemeente die parkeerbelasting wil heffen stelt een Parkeerverordening op. Een gemeente gebruikt de parkeerbelasting als instrument om de parkeerdruk in de gemeente te reguleren en de bereikbaarheid binnen de gemeente te bevorderen. De opbrengst van de parkeerbelasting is voor de gemeente niet geoormerkt om te besteden aan alleen parkeerregulering; het gaat naar de algemene middelen van de gemeente.
Op deze pagina gaat het alleen over de Parkeerbelasting voor het betaald parkeren op de openbare weg. De parkeervergunning en de parkeervergunningbelasting voor het parkeren zonder betaling worden op een aparte wikipagina Parkeervergunning behandeld.
Belastingplicht
bewerkenParkeerbelasting is een belastingheffing voor het parkeren op de openbare weg. De wettelijke basis voor deze belastingheffing is artikel 225, eerste lid, onder a. van de Gemeentewet. De belasting moet door de bestuurder of kentekenhouder op (eigen) aangifte worden gedaan. Het voldoen van belasting op aangifte en het opleggen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting door de heffingsambtenaar van de gemeente (vermeerderd met de kosten daarvan) zijn dus geen boetes, maar belastingheffingen.
Op foutparkeren (op de stoep parkeren, op een gehandicaptenplaats staan, parkeren op een plaats met een parkeerverbod, etc) volgt wél een boete, want dat is een overtreding ingevolge de "Wet Mulder". De volledige naam van die Wet Mulder is Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Een boete voor foutparkeren en andere verkeersovertredingen (bijv. te hard rijden) is een bestuursrechtelijke (of "administratiefrechtelijke", dat is hetzelfde) boete, die erg lijkt op een strafrechtelijke boete. Zie hiervoor verder de pagina Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
Het belastbaar feit: parkeren
bewerkenParkeerbelasting wordt geheven voor het parkeren van een voertuig op door de gemeente aangewezen plaatsen en gedurende aangewezen tijdstippen. De aangewezen plaatsen (meestal hele straten, wijken en stadsdelen) en aangewezen tijden waarop de parkeerbelasting verschuldigd is (meestal overdag en 's avonds) en de wijze van betaling van de parkeerbelasting (meestal aan de parkeerautomaat of via een parkeer-app) worden door de gemeenteraad vastgelegd in de Parkeerverordening en uitgewerkt in lagere regelgeving.
Parkeren op een aangewezen plaats en tijd is dus het belastbaar feit dat verplicht tot het betalen van parkeerbelasting. Onder parkeren wordt ingevolge artikel 225 van de Gemeentewet verstaan het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot
- het onmiddellijk in- en uitstappen van personen, dan wel
- het onmiddellijk (en ononderbroken) laden of lossen van zaken.
In- en uitstappen en laden/lossen zijn uitzonderingen op het begrip 'parkeren'. Door de uitzondering kan je in die gevallen niet meer spreken van 'parkeren' en dus hoef je voor dat stil laten staan van het voertuig geen parkeerbelasting te betalen. De bestuurder van het stilstaande voertuig die zich - bijvoorbeeld in reactie op een opgelegde naheffing - beroept op een van de twee uitzonderingen op 'parkeren', moet dat bewijzen. In het bestuursrecht betekent 'bewijzen' dat je aannemelijk moet maken dat deze uitzondering aan de orde was. 'Aannemelijk maken' is meer dan een goed verhaal hebben; je moet ook feiten aandragen (foto's, documenten, getuigenverklaringen, e.d.) die het verhaal onderbouwen. Kan de bestuurder niet aannemelijk maken dat het voertuig stilstond om passagiers in of uit te laten stappen of om goederen van enig gewicht en omvang (die je redelijkerwijs met een auto moet vervoeren, zie bijvoorbeeld deze uitspraak van het gerechtshof Amsterdam) te laden of te lossen, dan geldt gewoon de hoofdregel dat het stilstaande voertuig was geparkeerd en dat dus parkeerbelasting had moeten worden betaald.
Over de plaatsen en tijden waarop de parkeerbelastingplicht geldt heeft de gemeente een informatieplicht aan bestuurders van voertuigen. De verplichting om parkeerbelasting te betalen voor het op een bepaalde plaats en een bepaalde tijd parkeren van een voertuig, moet kenbaar zijn gemaakt op een zodanige wijze dat omtrent de verschuldigdheid van parkeerbelasting voor dat parkeren redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan. De gemeente voldoet aan zijn informatieplicht door verkeersborden te plaatsen, parkeerzones aan te geven op het wegdek, en informatie over het parkeren te geven op parkeerautomaten, in folders, op posters en op de gemeentelijke website. De gemeente hoeft niet bij elke parkeerplaats een bord te zetten; voldoende is dat er borden of parkeerautomaten in de nabijheid van de parkeerplaats staan, dat kan ook aan het eind van de straat zijn of om de hoek.
Tegenover de informatieplicht van de gemeente staat de onderzoeksplicht van de parkeerder. Het zich niet voldoende op de hoogte stellen en het (als gevolg daarvan) niet naleven van de parkeervoorschriften komt voor rekening en risico van de parkeerder. Parkeerders moeten voorafgaande aan het parkeren uitgezocht hebben of er op de uitgekozen parkeerplaats een parkeerbelastingplicht geldt. Zo moeten zij op de parkeerborden kijken, letten op de zone-aanduiding op de straat waar zij rijden, de informatie op de parkeerautomaat lezen of zo nodig de website raadplegen. De vele particuliere parkeer-apps op mobiele telefoons (bijvoorbeeld Yellowbrick, Easypark, ANWB Onderweg (i.s.m. Yellowbrick), Q-Park) tonen meestal de benodigde en doorgaans juiste parkeerinformatie (zones, tijden en tarieven) op het scherm, maar degene die gebruik maakt van een particuliere app draagt zelf het risico als die app eens verkeerde informatie verstrekt en daardoor geen of te weinig parkeerbelasting is betaald.
Tarief en betaling van de parkeerbelasting
bewerkenDe maatstaf van de heffing van parkeerbelastingen is de parkeerduur, het parkeertijdstip, de ingenomen oppervlakte en de ligging van de parkeerplaats. Het tarief kan een bedrag per uur, een aantal uren of per dag zijn. De tariefgebieden kunnen een straat of deel van een straat zijn of gelden voor bijvoorbeeld het gehele centrumgebied. In een straat kun je soms verschillende tariefgebieden met verschillende tarieven hebben. De gemeente heeft veel vrijheid om de hoogte van de tarieven vast te stellen, zo lang het maar niet leidt tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing, en dat wordt niet snel aangenomen. Zo werd een parkeertarief van € 30,- per uur (tot een maximum van ook € 30,- per dag) in Delft door het gerechtshof Den Haag (en bevestigd door de Hoge Raad) niet te hoog of willekeurig bevonden. Sommige gemeenten bepalen dat gedurende enige tijd een zeer laag tarief geldt (bijvoorbeeld 10-centstarief gedurende het eerste uur parkeren in een winkelstraat).
De parkeerbelasting moet direct na de aanvang van het parkeren worden voldaan op aangifte. Voldoening op aangifte doe je door de parkeermeter of een parkeerautomaat in werking te stellen. Betalen met behulp van een parkeer-app kan ook. Daarmee stel je het landelijke parkeerrechtenbeheersysteem in werking. Het landelijke parkeerrechten beheersysteem in Nederland is het Nationaal Parkeer Register (NPR). Dit is een centrale database, beheerd door de RDW (Rijksdienst voor het Wegverkeer), waarin alle actuele parkeerrechten op kenteken worden geregistreerd. Alhoewel je in beginsel direct na aanvang van het parkeren moet betalen, wordt enige tijd gegund (denk aan max. 5 minuten) om naar een parkeerautomaat te lopen of de parkeer-app in werking te stellen.[1]
Parkeren met een parkeerschijf in een blauwe zone of langs een stoeprand met blauwe band is op grond van het RVV1990 toegestaan als de parkeerschijf juist gebruikt wordt. Parkeren in een blauwe zone zonder parkeerscijf is verboden en een overtreding op grond van de Wet Mulder die wordt bestraft met een boete. Soms echter is een blauwe zone ook specifiek aangewezen als een gebied waar een parkeerbelastingplicht geldt, maar dat met gebruik van de parkeerschijf in feite gedurende een bepaalde duur het parkeertarief € 0,- is of er een vrijstelling van de belastingplicht geldt. De parkeerschijf geeft de maximale parkeerduur aan dat het verlaagde of gratis parkeertarief geldt, daarna is meestal het gewone tarief van de parkeerbelasting verschuldigd. Als je in een blauwe parkeerbelastingzone parkeert zonder parkeerschijf of als de tijd op de parkeerschijf is verstreken, dan volgt een naheffingsaanslag omdat niet voldaan is aan de voorwaarden van de blauwe zone en er ook geen parkeerbelasting voor het volle tarief is betaald. Lees daarom altijd de onderborden van het blauwe zonebord, want daarop staat hoe en hoe lang je kunt parkeren met blauwe schijf. In sommige gemeenten kunnen bewoners of bedrijven ook tegen betaling van leges een ontheffing (voor een of meer kentekens) krijgen van de blauwe zone (bijvoorbeeld voor mantelzorgers), zodat deze onbeperkt gratis in een bepaalde blauwe zone kunnen parkeren.
Controle en handhaving van de parkeerbelastingplicht
bewerkenControle van geparkeerde voertuigen
bewerkenDe heffingsambtenaar van de gemeente controleert de betaling van parkeerbelasting met behulp van handhavers die op straat lopen of in een scanauto foto's maken van geparkeerde auto's. Op de foto's wordt onder meer vastgelegd het kenteken, de GPS-locatie van de auto en het tijdstip van de controle. De foto's worden gebruikt als bewijs dat parkeerbelasting verschuldigd was door de bestuurder van het voertuig. In het landelijk opererende digitale parkeerrechtensysteem is met behulp van het kenteken te achterhalen of voor de geparkeerde auto de verschuldigde parkeerbelasting is betaald. Die parkeergegevens worden getoetst aan de regels in de Parkeerverordening over het op die plaats en dat tijdstip verschuldigde tarief van parkeerbelasting en of de verschuldigde belasting ook daadwerkelijk geheel is betaald.
Naheffing en Kosten
bewerkenAls blijkt dat geen of te weinig parkeerbelasting is betaald, dan gaat de heffingsambtenaar over tot naheffing van de verschuldigde parkeerbelasting. Doorgaans wordt belasting nageheven tot een forfaitair vastgesteld bedrag ter hoogte van het parkeertarief voor de duur van 1 uur, maar als de heffingsambtenaar kan aantonen dat de werkelijke parkeerduur langer was dan 1 uur, dan kan ook het belastingbedrag geldend voor de werkelijke parkeerduur in rekening worden gebracht. Als feitelijk korter dan 1 uur is geparkeerd mag bij de naheffing toch het tarief van 1 uur in rekening worden gebracht.
De heffingsambtenaar mag daar bovenop ook de kosten van de naheffing in rekening brengen. De hoogte van die kosten is vaak hoger dan de nageheven belasting. Daarom worden deze kosten vaak als boete ervaren, maar het is een vergoeding voor de kosten van de naheffing. De maximale naheffingskosten worden jaarlijks vastgesteld bij een landelijk Kostenbesluit. Per 1 januari 2026 bedraagt dit landelijke maximum € 82,00. Gemeenten mogen wel een lager bedrag aan naheffingskosten vaststellen in hun parkeerverordening, maar dat gebeurt zelden. Soms is in geschil wat tot de 'kosten van de naheffing' gerekend mag worden, maar het betreft alle kosten die samenhangen met het opleggen van naheffingsaanslagen wegens het niet-betalen van verschuldigde parkeerbelastingen. Zie bijvoorbeeld deze uitspraak van de Hoge Raad over de kosten van gemeentelijke parkeerapps en -automaten.
De naheffingsaanslag wordt tegenwoordig zelden nog op de voorruit onder de ruitenwisser van de auto aangebracht. De belanghebbende krijgt de aanslag meestal binnen een paar dagen via de Berichtenbox van Mijn Overheid of anders via postbezorging.
Vrijstellingen
bewerkenEen vrijstelling houdt in dat er sprake is van ‘parkeren’ (het belastbare feit), maar dat in de wet of de lokale verordening is opgenomen dat enkele bijzondere groepen toch niet hoeven te betalen. Dit moet strikt worden onderscheiden van situaties die niet aan de definitie van ‘parkeren’ voldoen, zoals het onmiddellijk laden en lossen van goederen of het onmiddellijk in- en uitstappen van passagiers. Als er geen sprake is van ‘parkeren’, ontstaat er namelijk helemaal geen parkeerbelastingplicht.
De bevoegdheid om vrijstellingen te verlenen vloeit voort uit de autonomie van de gemeenteraad bij het vaststellen van de belastingverordening. Gemeenten hebben bij het opnemen van vrijstellingen in de verordening een ruime beleidsvrijheid, zolang deze bevoegdheid gebruikt wordt voor parkeerregulering en de raad het gelijkheidsbeginsel niet schendt. Vrijstellingen gelden vaak voor specifieke groepen, situaties of voertuigen. Soms is de vrijstelling in tijd gemaximeerd tot een of een paar uur en is een parkeerschijf verplicht om voor de vrijstelling in aanmerking te komen.
Veel voorkomende vrijstellingen zijn:
- Houders van een (Europese) gehandicaptenparkeerkaart: In sommige gemeenten wordt deze groep vrijgesteld van het betalen van parkeerbelasting. Er bestaat echter geen landelijke wettelijke verplichting voor deze vrijstelling; het is een lokale beleidskeuze. Vaak is een voorwaarde dat een gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar achter de voorruit is geplaatst.
- Hulpdiensten: Voertuigen van de politie, brandweer, ambulance, huisartsen en verloskundigen zijn tijdens de uitvoering van hun taak meestal vrijgesteld op grond van de lokale verordening.
- Wettelijke vrijstellingen: Artikel 225 lid 6 van de Gemeentewet biedt de rijksoverheid de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur bepaalde voertuigen (zoals die van Defensie) vrij te stellen. Ook is daarin een vrijstelling opgenomen voor gestolen auto's: De belasting wordt niet geheven van de houder, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. In de praktijk worden de meeste vrijstellingen echter op gemeentelijk niveau geregeld. Op grond van artikel 34, onder e., van het Verdrag van Wenen zijn diplomaten vrijgesteld van parkeerbelasting.
Rechtsbescherming
bewerkenTegen een naheffingsaanslag kan de belanghebbende binnen zes weken na de bekendmaking ervan bezwaar maken bij de heffingsambtenaar van de gemeente. Tegen de uitspraak op het bezwaar van de heffingsambtenaar kan de belanghebbende in beroep bij de rechtbank komen binnen zes weken na de bekendmaking van de uitspraak op het bezwaar. Tegen de uitspraak van de rechtbank kan de belanghebbende binnen zes weken na de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij het gerechtshof. Daarna is nog in beperkte gevallen beroep in cassatie bij de Hoge Raad mogelijk.