Mispel
Mispel of wilde mispel[1] (Mespilus germanica) is een plantensoort uit de rozenfamilie (Rosaceae).[2] Deze doorgaans struikvormende soort is vooral bekend vanwege haar eetbare vrucht: de mispel.
| Mispel | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Rijpe mispels | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Soort | ||||||||||||
| Mespilus germanica L. (1753) | ||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||
| Mispel op | ||||||||||||
| ||||||||||||
Determinatie
bewerken
Mispel is een bladverliezende, houtige plant die uitgroeit tot struik of kleine boom.[3] Ze bereikt een gemiddelde hoogte van 1,5–6 m; zelden bereikt ze de 7–8 m. Het hout is hard, taai en fijnnervig,[4][5] met gedoornde en dikviltige twijgen. De takken zijn spreekwoordelijk kronkelig[5] en de plant is vaak breder dan hoog. De bladeren hebben een lengte van 5–12 cm en zijn langwerpig, omgekeerd-eirond en aan beide zijden zacht behaard. De bladvorm is gaafrandig of bovenaan fijn gezaagd en toegespitst. Ze zijn donkergroen en hebben een zeer korte steel. De bloeitijd van mispel strekt zich uit over mei. Ze heeft witte tot soms iets roze bloemen, die lijken op die van een wilde roos. De bloemen zijn tweeslachtig, alleenstaand, 2,5–4 cm groot, en hebben een veertigtal meeldraden. De bloemstelen en kelk zijn zacht behaard. De bruine pitvruchten hebben grote kelkslippen, zijn tweezaadlobbig en hebben een diameter van 2–3,5 cm.
Ecologie
bewerkenMispel groeit op vochthoudende, mesotrofe, zwak zure tot circumneutrale bodems. Het gaat om standplaatsen in de volle zon tot in net iets meer dan halfbeschaduwde standplaatsen. De soort treedt vooral op in struwelen (veelal mantelvegetatie en heggen) en in de struiklaag van lichte loofbossen.
Syntaxonomie
bewerkenIn de syntaxonomie staat mispel te boek als kensoort voor het veldbies-beukenbos (Luzulo luzuloides-Fagetum).
Biogeografie
bewerkenHet oorspronkelijke verspreidingsgebied van mispel lag rond de Zwarte en Kaspische Zee; Zuidoost-Bulgarije was de westgrens. Drieduizend jaar geleden werd de soort al gebruikt voor aanplant in de omgeving van Noord-Iran. Ze werd rond 700 v.Chr. naar Griekenland en rond 200 v.Chr. naar Rome meegenomen. De Romeinen hebben mispel verder verspreid. Het was een zeer belangrijke vrucht tijdens het Romeinse Keizerrijk en de middeleeuwen nog voor de introductie van andere fruitsoorten in West-Europa. Ze werd in de middeleeuwen vooral in Frankrijk en Duitsland aangeplant en in de Nederlanden in kloostertuinen. De soort raakte ingeburgerd. Zij wordt beschouwd als archeofyt. Nederland en België liggen aan de rand van het verspreidingsgebied. In Nederland is ze zeldzaam in loofbosgebieden.[6] De landelijke zwaartepunten liggen in Twente, de Achterhoek, het oostelijk rivierengebied en in Zuid-Limburg. Elders is ze zeer zeldzaam. Voor de verspreiding in Vlaanderen geldt dat de soort vrij zeldzaam is in de Leemstreek en de Voerstreek en elders zeldzaam. In Wallonië is mispel vrij zeldzaam in het Maasgebied en in Brabant, elders is ze veel zeldzamer.
Taxonomie
bewerkenMispel wordt ingedeeld bij het monotypische geslacht Mespilus. In 1990 werd een Amerikaanse soort beschreven onder de naam Mespilus canescens, maar dit bleek een triploïde hybride met meidoorn te zijn, aangeduid als ×Crataemespilus.[7] Verwant aan mispel zijn planten uit de rozenfamilie, waaronder loquat, eetappel en peer.
Cultivars
bewerkenGekweekte mispels hebben over het algemeen grotere bladeren en vruchten en hebben vaak geen doorns.
Cultivars van mispel (Mespilus germanica) zijn onder andere:
- 'Macrocarpa', de grootvruchtige mispel, met vruchten tot 6,5 cm in doorsnede. In cultuur sinds ongeveer 1630.[8]
- 'Bredase Reus', geeft grote ruwe, dofbruine vruchten.[9]
- 'Hollandse Mispel', heeft grote bloemen en geeft bruine vruchten.[9]
- 'Nottingham', klein blijvende struik, geeft kleine bruine vruchten.[9]
- 'Westerveld', rijkdragend, middelgrote bruine vruchten.[9]
Hybriden met tweestijlige meidoorn en mispel worden sinds de middeleeuwen gekweekt en dragen de naam ×Crataemespilus grandiflora. Ook wordt mispel wel geënt op een onderstam van tweestijlige meidoorn.

Gebruik en voedingswaarde
bewerken
Vruchten
bewerken
Mispel is vooral bekend vanwege haar eetbare vrucht: de mispel. Hoewel door veel gezondheidswebsites wordt gezegd dat de vrucht veel vitamine C bevat, valt dit in de praktijk mee. Een verse mispel bevat per 100 gram zo'n 7,34 mg vitamine C.[10]
Er worden droge, kleine, harde, goudbruine vruchten gevormd, die in oktober rijp, maar dan nog ongenietbaar melig en wrang zijn. Na de eerste nachtvorsten worden ze zacht en bruin en dan kunnen ze na een poosje wel gegeten worden. Dit bewaren wordt bletten genoemd. De vrucht wordt 'beurs',[6] waarbij de kleur door een fermentatieproces verandert van groen/wit naar donkerbruin en de smaak zoet weeïg wordt. Ook is het mogelijk de vruchten enkele dagen in de diepvriezer te leggen, wat een iets andere smaak geeft dan het bletten. Het vruchtvlees is dan zo zacht, dat het uit de schil gezogen kan worden. Voor sommigen is de mispel een lekkernij. Het gezegde: "Zo rot als een mispel" slaat dus in feite op een lekkernij. Als de mispel zacht is, is hij maar een paar dagen houdbaar, omdat hij dan gemakkelijk kan gaan beschimmelen en echt gaan rotten.[6]
Als de mispels zacht zijn kan er gelei en likeur van gemaakt worden. Ook kan men hem poffen in de oven, net als met appels.[6]
In Nederland zijn mispels af en toe te koop bij de supermarkt, op markten en bij groentespeciaalzaken. Loquat (Eriobotrya japonica) of Japanse mispel is een verwante soort die ook wel als de mispel wordt verkocht. De vrucht is veel minder algemeen dan vroeger, maar wint weer iets aan populariteit.
100 gram verse mispel bevat:
| Energetische waarde | 398 kJ (95 Kcal) |
| Koolhydraten | 21,3 gram |
| Eiwit | 0,8 gram |
Hout
bewerkenMispelhout is hard, taai en fijnnervig en werd in de late middeleeuwen gebruikt voor kammen en waterraderen.[4]
Mispel in taal en cultuur
bewerkenEtymologie
bewerkenDe geslachtsnaam Mespilus wordt wel uitgelegd als afkomstig van het Griekse mesos (midden) en spilos (klip of steenmassa), omdat de vijf pitten steenachtig zijn en met hun toppen uit het vruchtvlees steken.[9] Dit is echter onwaarschijnlijk, omdat de etymologie teruggaat op een onbekende, voor-Griekse taal. Via het Grieks en de Latijnse vorm mespila verspreidde het woord zich al in de vroeg-Romeinse tijd over Europa. De vorm mispel is hieruit ontstaan. Als aanduiding voor de vrucht is het woord in het Nederlands in 1240 geattesteerd, maar als aanduiding voor de bomen pas een kwart millennium later, circa 1480–1500. Zowel mispels als mispelen werd gebruikt als meervoud.[11]
De soortnaam Germanica betekent "Duits". Verwilderde exemplaren van mispel kwamen in Duitsland veel voor in de bossen, waardoor men vroeger meende dat de soort daar inheems was.
Vrucht
bewerkenDe mispel wordt vaak aangehaald in de uitspraak: 'zo rot als een mispel'. Vaak wordt deze uitspraak gecombineerd met een of meer personen en ook niet zelden met de gehele mensheid; dit om te duiden op de (mis)daden en het soms grillige karakter van de mens. Het onaantrekkelijke uiterlijk en de bruine kleur geven aanleiding tot scabreuze toespelingen: in het Frans wordt de mispel cul de chien (gat van de hond) genoemd en in het Engels openarse (open aars).[5]
Bloesem
bewerkenMispelbloesem wordt in tegenstelling tot de vrucht wel gewaardeerd om zijn uiterlijk. In een oude uitvoering van het wapen van het Graafschap Gelre komen zogenaamde vijfbladen voor, uitgevoerd in rood. De Wichardsage, een ontstaansmythe van Gelre, interpreteert deze als mispelbloemen. In de oudst bekende versie van deze sage, uit 1465, worden ze al genoemd, maar pas ruim een eeuw later wordt er een verklaring toegevoegd: mispels markeerden de plaats waar de draak verslagen was. De oude benaming Gelderse roos kan ontleend zijn aan de bloemen in het wapen van Gelre, maar kan ook verwijzen naar het feit dat Gelre min of meer de uiterste rand van het verspreidingsgebied vormde.[5]
Het vijfblad, soms uitdrukkelijk gespecificeerd als mispelbloem, komt ook voor in ettelijke dorps- en stadswapens en stadsvlaggen uit de invloedssfeer van Gelre.
Enkele voorbeelden van vijfbladen en mispels:
- het wapen van het Brabantse dorp Beek en Donk: vier bloemen.
- het wapen van Doetinchem, een gemeente in Gelderland: drie bloemen.
- het wapen van Gelderen (Geldern), een plaats in Duitsland, de voormalige hoofdstad van Gelre: drie bloemen.
- het wapen van Goor, een stad in Twente. Het blazoen luidt onder meer: 'Van rood beladen met een kruis van zilver en gekantonneerd van een mispelbloem van zilver, gepunt van groen.'
- de vlag van de Gelderse gemeente Hattem: een bloem.
- de vlag en het wapen van de gemeente Horst aan de Maas, een gemeente in Noord Limburg. Vijf bloemen refererend naar het graafschap Gelre en de 5 gemeentes waaruit Horst aan de Maas is ontstaan.
- het wapen van het Limburgse dorp Sint Odiliënberg: drie bloemen.
- het wapen van Viersen, een plaats in Duitsland: drie bloemen.
- het stadswapen van Zaltbommel: twee, later drie bloemen; tijdens carnaval heet de stad Mispelgat. In een wapenbeschrijving uit 1816 is echter sprake van een roos.
Takken
bewerkenDe kronkelige takken gaven in het Frans aanleiding tot de ironische uitdrukking aussi droit que branche d'vieil mellier, zo recht als een ouwe mispeltak.[5]
Literatuur
bewerken- (nl) Boom, B.K. (2000) Nederlandse dendrologie : geïllustreerde handleiding bij het bepalen van de in Nederland voorkomende soorten en variëteiten en cultivars der gekweekte houtige gewassen. (13e druk, geheel herzien en bewerkt door J. de Koning, J.W. van der Broek, H.J. van de Laar & G. Fortgens). Ede. Uitg. H. Veenman & Zonen. ISBN 9027815526
- (nl) Mennema, dr. J (1994) Heimans, Heinsius en Thijsse's geïllustreerde flora van Nederland, België en Luxemburg en aangrenzend Duitsland en Frankrijk. (23e druk). Baarn. Uitgeverij Versluys BV. ISBN 9024918030
- (nl) Maes, B. (red.) (2006) Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen : herkenning, verspreiding, geschiedenis en gebruik. (met bijdragen van J. Bastiaens, O. Brinkkemper, K. Deforce, B. Maes, C. Rövekamp, P. van den Bremt en A. Zwaenepoel). Amsterdam. Uitgeverij Boom. ISBN 9789085061762
Externe links
bewerken- Mispel op Ecopedia
- Mispel op Flora van Nederland
- Mispel in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
- Mispel (Mespilus germanica) in "wilde-planten.nl"; hier ook een kaartje van de verspreiding in België.
Voetnoten
- ↑ Maes (2006) p. 178
- ↑ Een deel van de informatie in dit lemma, of een eerdere versie, is overgenomen van de verspreidingsatlas van Floron https://www.verspreidingsatlas.nl/ (geraadpleegd in 2016), waarvan de teksten beschikbaar zijn onder de Creative Commons licentie CC-BY-SA 3.0.
- ↑ Maes (2006) p. 178: "struik of kleine boom"; "op werkelijk lichtrijke plaatsen kan hij tot een kleine boom van zeven meter of hoger uitgroeien" (p. 179); Boom 2000: "boom"; Mennema 1994: "2–3 m. hoge heester; in cultuur ongedoornd, tot 6 m. hoge boom"
- 1 2 mispelhout - de betekenis volgens Collectie Nederland. www.ensie.nl. Gearchiveerd op 25 mei 2025. Geraadpleegd op 25 juni 2019.
- 1 2 3 4 5 Van de Kaa, Romke, Mispel. Artikelen over tuinieren door Romke van de Kaa. Gearchiveerd op 25 mei 2025. Geraadpleegd op 25 juni 2019.
- 1 2 3 4 de Graaf, Erik (1983). Eetbare wilde vruchten, zaden en noten. De Kleine Aarde, p. 33-34. ISBN 90-6454-261-9. Gearchiveerd op 14 augustus 2024. Geraadpleegd op 21 augustus 2024.
- ↑ Mespilus in Flora of North America @ efloras.org. www.efloras.org. Geraadpleegd op 25 juni 2019.
- ↑ Boom, B.K. (2000) p. 434; zie ook Maes (2006) p. 178
- 1 2 3 4 5 Mispel (Mespilus germanica) in "wilde-planten.nl".
- ↑ Ňorbová, Monika, Vollmannová, Alena, Pintér, Eduard, Šnirc, Marek, Franková, Hana (11 mei 2023). THE CONTENT OF VITAMIN C AND ANTIOXIDANT ACTIVITY IN LESS-KNOWN TYPES OF FRUIT. Journal of microbiology, biotechnology and food sciences : e9937. ISSN:1338-5178. DOI:10.55251/jmbfs.9937.
- ↑ Sijs, Nicoline van der (samensteller), MISPEL - (APPELACHTIGE BOOM, VRUCHT VAN DIE BOOM (MESPILUS GERMANICUS)). Etymologiebank.nl. Meertens Instituut. Geraadpleegd op 25 juni 2019.