Jenaplanonderwijs

Onderwijsconcept

Jenaplanonderwijs is een vorm van vernieuwingsonderwijs (Duits: Reformpädagogik). Kenmerkend voor het jenaplansysteem is dat meerdere leerjaren gemengd worden in een "stamgroep", waarbinnen vervolgens in de verwerking van de leerstof de verschillende leerjaren worden onderscheiden. Daarnaast is zelfstandigheid van de leerling belangrijk, in combinatie met het werken in, en het presteren als groep. De vier pijlers van het jenaplanonderwijs zijn: gesprek, spel, werk en viering.

Naar opgave van de Nederlandse Jenaplanvereniging (NJPV), waren er in Nederland 190 jenaplanbasisscholen en vijf middelbare jenaplanscholen, en in Vlaanderen acht basisscholen (anno 2024).

Geschiedenis

bewerken

Het jenaplansysteem is bedacht door pedagoog Peter Petersen (1884-1952), die op de "universiteitsschool" (vergelijk huidige Universitätsschule Dresden en Universitätsschule Bayern) van de Duitse plaats Jena werkte. In 1927 presenteerde hij het onderwijssysteem als 'Menschenschule' op een onderwijsconferentie in Locarno. Het plan werd, zoals reeds eerder enkele andere onderwijsplannen, genoemd naar de woonplaats van de bedenker. Petersen hield deze naam aan en maakte een korte omschrijving.

Het systeem werd in 1962 in Nederland geïntroduceerd door Suus Freudenthal-Lutter, die er in 1955 mee in aanraking kwam. Zij was daarvoor actief als bestuurslid van de Werkgemeenschap voor Vernieuwing van het Onderwijs. Onder de internationale contacten van de Werkgemeenschap bevonden zich onderwijsvernieuwers van heinde en verre. De eerste Nederlandse Jenaplanschool werd in 1962 in Utrecht geopend.[1]

Lespraktijk

bewerken

Kenmerkend voor het jenaplanonderwijs zijn de projecturen, -dagen of -weken, die in het rooster van jenaleerlingen worden ingepland. In deze projecten leren leerlingen, via samenwerking in groepsverband, hun creativiteit gestalte te geven. Ook wordt er iedere week aan een specifieke weektaak gewerkt, bijvoorbeeld een opdracht rekenen of Nederlands.

bewerken