België-route

methode om de Nederlandse regels betreft gezinshereniging of -vorming te omzeilen door enige tijd in een ander EU-land te wonen

De België-route was een in Nederland gebruikelijke naam voor de Europa-route of EU-route waarbij iemand zich tijdelijk vestigt in een ander EU-land (met name België) en daar een gezin vormt, of daar gebruik maakt van diens recht op gezinshereniging.[1][2]

Door enige tijd alleen of samen met de echtgenoot, echtgenote, partner (aantoonbaar duurzame relatie) of geregistreerd partner in een ander EU-land te wonen waar mogelijk gunstiger regels gelden voor gezinshereniging of gezinsvorming, gelden de eventueel strengere Nederlandse regels mogelijk in mindere mate.[3]

Bij de route wordt onder meer gebruikgemaakt van het Europees recht, met name Richtlijn 2004/38.[4][5] Een EU-burger die onderdaan is van de ene EU-lidstaat maar woont in een andere EU-lidstaat kan aanspraak maken op de toepassing van deze richtlijn. In deze richtlijn wordt invulling gegeven aan de vrijheid van vestiging voor EU-burgers (en hun gezinsleden) binnen de Europese Unie.

Wordt eenmaal in de andere lidstaat erkend dat er sprake is van een duurzame gezins- of afhankelijkheidsrelatie tussen de EU-burger en de persoon uit het niet-EU-land, zodat op basis van de daar geldende regels voor immigratie (in dit geval in het kader van gezinshereniging of -vorming) deze persoon op legale wijze een verblijfrecht heeft in het betreffende land, dan dient het land waar de burger de nationaliteit van heeft, toe te staan dat deze persoon zich met een eventuele partner en/of kinderen (diens gezin) weer in diens land vestigt.[6]

Oorsprong, juridische grondslag

bewerken

Toen de Europese Gemeenschap (EG) werd opgericht, werd daarbij een bepaling opgenomen over het recht op vrij verkeer van werknemers tussen lidstaten. Daarna werden deze rechten uitgebreid naar alle burgers van de EU, waardoor ze niet langer alleen voorbehouden zijn aan werknemers, maar alle EU-burgers het recht op vrij verkeer hebben. Dit alles werd vastgelegd in EG-verdragen over het vrije verkeer van personen. Met ingang van 30 april 2006 gelden in alle lidstaten van de EU de regels zoals neergelegd in Richtlijn 2004/38/EG.[7]

Deze Europese regels zijn alleen van toepassing op burgers van EU-lidstaten die recht hebben op vrij verkeer. Pas dan valt een Unieburger met betrekking tot deze richtlijn onder Europese regelgeving,[8] het zogenaamde Unierecht. Het Unierecht is Europese regelgeving, maar niet altijd van toepassing, Unierecht geldt namelijk pas na migratie, of bijvoorbeeld internationaal handelen. Voor een in Nederland of België woonachtige Nederlander (of Belg) die zijn familielid naar Nederland (of België) wil halen, gelden dus normaal gesproken gewoon de regels van Nederland, dan wel de regels van België.[9]

Een Nederlander valt alleen onder het EU-recht als gebruik is gemaakt van het recht op vrij verkeer van personen.[10] Er is daarmee een onderscheid tussen Unieburgers die in een andere lidstaat zijn gaan wonen en Unieburgers die alleen in hun eigen lidstaat hebben verbleven. Dit onderscheid tussen twee burgers uit dezelfde lidstaat wordt soms aangegeven door de term gemeenschapsonderdaan.
Een gemeenschapsonderdaan is iemand die Unieburger is, en gebruik heeft gemaakt van het Europees recht op vrij verkeer.[11] De term wordt gebruikt in Europees verband en door de overheid. Er bestaat bijvoorbeeld een verblijfsdocument voor gemeenschapsonderdanen.[12]

Toepassing

bewerken

Om van de Europa-route gebruik te maken moet degene die een legaal verblijf in de Europese Unie heeft, getrouwd zijn, een geregistreerd partnerschap hebben (of daaraan gelijkgesteld) of een duurzame relatie kunnen aantonen om zijn of haar partner dezelfde rechten te laten krijgen als zichzelf. Vervolgens kan deze burger een beroep doen op het Europese recht, bijvoorbeeld door (tijdelijk) in een ander EU-land te gaan wonen, maar het kan ook al gelden voor een ondernemer die in meerdere lidstaten actief is.[13]

Voorkomen misbruik

bewerken

Het Europees Hof van Justitie gaf in 2014 de lidstaten instructie hoe zij misbruik van de richtlijn 2004/38 betreffende het vrij verkeer van burgers van de Unie kunnen voorkomen. Er moet sprake zijn van daadwerkelijke vestiging van beide partners, weekendtrips en vakanties vallen daar niet onder. Ook niet als hiermee accumulatief de algemene minimumtermijn van drie maanden zou zijn bereikt. Tevens moet sprake zijn van de daadwerkelijke opbouw van een gezinsleven in de andere lidstaat voordat sprake is van verkregen EU-burgerrechten voor de partner en/of de kinderen.[14]

Zie ook

bewerken